Voeding

Sobere diersoort
Paarden zijn van nature sobere dieren. Ze trekken, in het wild, rond op  steppes en vinden zo hun schaarse voedsel. In Nederland staan de paarden vaak op de wei, met sappig (koeien)gras, dat rijk bemest wordt voor een ‘betere’ grasgoei, hiervoor hoeven ze nauwelijks in beweging te komen. Aan de andere kant staan hele paardenstammen het grootste deel van de dag op stal met relatief weinig ruwvoer en vaak royaal krachtvoer. Helaas zijn beide situaties niet ideaal voor het paard, met de nodige gezondheidsklachten tot gevolg. Insulineresistentie, hoefbevangenheid en zomereczeem zijn helaas veel voorkomende klachten. Om de natuurlijke voedingsbehoefte van het paard te benaderen pakken wij de voeding op de volgende manier aan:

Paardeweides
In 2014 zijn onze weilanden opnieuw ingezaaid met een gras- en kruidenmengsel voor paarden. De weilanden worden niet (meer) bemest met kunstmest, maar met lavameel en compost. De lavameel zorgt ervoor dat de grond weer rijker wordt aan mineralen en sporenelementen en minder zuur is. De compost zorgt ervoor dat er weer organische stof in de bodem komt. Samen zijn ze van groot belang voor een goed bodemleven en mede daardoor een gezonde grasgroei voor de paarden.

Ad lib ruwvoer of niet
Veel paarden blijven eten wanneer er voer is. Daardoor kunnen ze vervetten ook al leven ze alleen op hooi. Op onze Paddock wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de behoefte van de paarden. Dagelijks wordt er minimaal 2 maal ruwvoer verstrekt op verschillende plekken op de paden. Het wordt in plukjes verspreid over de Paddock op de grond gegeven of in zogenaamde slowfeeders, in netten of bakken, hierdoor wordt het eten vertraagd, beweging gestimuleerd en komen rang lagere paarden ook voldoende aan hun trekken.  Het ruwvoer bestaat uit hooi, voordroog en/of stro. De paarden komen ook regelmatig op de weides, maar dit is wel afhankelijk van de grasgroei, bodemgesteldheid en het al dan niet gaan hooien van het gras.

Krachtvoer of liever …
Het liefst voeren we geen krachtvoer. (Veel) krachtvoer kan een goede darmflora verstoren. Vaak zitten er te hoge concentraties aan suikers en snelle zetmelen in, wat verzuring in de hand werkt. Het voordeel van krachtvoer is wel dat een  deel van de vitaminen- en mineralenbehoefte makkelijker gedekt kan worden, maar dit is pas vanaf ongeveer 2,5 kg voor een volwassen paard. De energiebehoefte wordt voor de meeste paarden wel gedekt met goed ruwvoer, echter door de verschraling van de grond kan het zijn dat met name de vitaminen en mineralen onvoldoende aanwezig zijn in het (aangekochte) ruwvoer. Dit is terug te zien aan de groei van de hoeven en de vacht van de paarden en hier wordt dan op in gespeeld.

Oudere paarden en paarden waar veel mee gewerkt wordt hebben hogere behoeftes en dus meer voer nodig. Dit kan na het werk door de eigenaar of door ons apart verstrekt worden.

Water
Op de Paddock kunnen de paarden op verschillende plaatsen drinken. Er is een grote ‘kikkerpoel’ aangelegd en er wordt (kraan)water bij de stal verstrekt. In één van de bakken wordt veelal keltisch zeezout toegevoegd, zodat de paarden met een hogere zout- /mineralenbehoefte daarvoor kunnen kiezen.

Reacties gesloten